5 missers in de communicatie tussen ruiter en instructeur

paardrijles paniekMaak ‘m rond. Sluit ‘m door. Hou ‘m nageeflijk! Dat mailde een lezer mij. Het waren aanwijzingen die zij tijdens een les kreeg. Ze wilde ze best opvolgen, maar het lukte haar niet 🙁 De dingen die haar instructeur zei hadden gewoon een averechts effect op haar: “Ik ga dan helemaal verstarren en vasthouden.”

Het is maar één voorbeeld hoe het mis kan gaan in de communicatie tussen ruiter en instructeur. Dat is zo jammer. Les heb je om van te leren en daarvoor is goede communicatie tussen ruiter en instructeur nodig.

Taal en paardrijden

Eerder schreef ik hoe taal paardrijden in de weg kan zitten. Dat ging vooral over de taal die je zelf gebruikt. Hardop of in gedachten. Die taal kan je helpen of tegenwerken bij beter paardrijden. Ik gaf je toen tips voor taalgebruik dat je paardrijden kan verbeteren.

Ik beloofde toen ook te schrijven over de aanwijzingen van je instructeur. Want tussen jou en je instructeur kan in de communicatie van alles misgaan. Daarom hier 5 misverstanden tussen ruiter en instructeur en de oplossingen om die uit de weg te ruimen.

1 Je snapt je instructeur niet

Je instructeur zegt iets dat je niet begrijpt. Je hebt in de verste verte geen idee wat de bedoeling is. Maar je vindt het heel stom om te vragen wat hij (of zij natuurlijk) precies bedoelt. Het zal wel aan jou liggen dat je het niet begrijpt. Dus doe je maar wat.

Oplossing: Zeg gewoon dat je niet snapt wat je instructeur bedoelt. Dat kan (vooral in een groepsles) best moeilijk zijn. Maar… meestal ben je niet de enige die het niet snapt. De rest durft het alleen niet te zeggen 🙂

Snap je het dan nog niet, dan vraag je het nog een keer. Het is de taak van je instructeur om duidelijke en begrijpelijke aanwijzingen te geven waar je echt wat mee kunt.

2 Je begrijpt je instructeur verkeerd

Je instructeur zegt iets, jij denkt dat je het begrijpt maar hij bedoelt iets anders. De instructeur zegt bijvoorbeeld “schouders naar achter” en jij doet je hele bovenlichaam naar achter. Dan komen je schouders ook naar achter, maar niet op de manier zoals je instructeur bedoelde.

Oplossing: Je instructeur moet hier de verstandigste zijn. Jij weet zelf immers niet dat je niet doet wat hij bedoelt. Je instructeur ziet dat je iets ander doet dan hij bedoelt. Hij moet je dus een duidelijker aanwijzing geven.

Blijf je het idee houden dat je instructeur iets anders bedoelt dan jij doet? Vraag dan om verduidelijking.

Ik heb zelf instructeurs vaak genoeg verkeerd begrepen, maar deze keer was wel heel speciaal:

Lang geleden waren mijn paardje Cinders en ik zo gelukkig om mee te mogen doen met bondstrainingen eventing. Cinders liep altijd foutloos dus we vlogen de klassen door en zo kwamen we ‘per ongeluk’ in die trainingsgroep . Tussen heuse (sub)topruiters waren wij veruit de minst ervaren combinatie.  Gelukkig hield onze trainer daar prima rekening mee.

In een van de trainingen sprongen we een lijntje: Opsprong, weer eraf, rechtsom over de berk en dan rechts doordraaien over de oxer de wei weer in. Die afsprong was van steen en vond ik best eng, de rest was leuk! Ik mocht als eerste. Afsprong ging gelukkig goed, verder over de berk (een eitje) en op naar de oxer. Ik vond het wel vreemd dat ik over het gravel van de parkeerplaats moest en die oxer was best dik. Maar wow, wat vlogen Cinders en ik daar super overheen 🙂

Toen zag ik dat de toeschouwers lichtelijk in shock waren. Ik het het lijntje helemaal verkeerd begrepen. OEPS! Wat ik voor een oxer had aangezien was een of andere afscheiding van de parkeerplaats en weinig lager dan Cinders zelf.

De keer erop zei de trainer dat ik het steiltje bovenop de heuvel maar moest overslaan. Er was ruimte genoeg om achter het steiltje te landen, maar hij zag Cinders en mij al een meter of tien naar beneden vliegen 🙂

3 Je instructeur geeft negatieve aanwijzingen

De instructeur zegt iets negatiefs, waardoor jij op dat negatieve focust en juist dat gaat doen. Je instructeur zegt bijvoorbeeld “niet naar beneden kijken” en hup daar zit je alweer in de manenkam te turen.

Oplossing: Maak zelf de vertaalslag. Dus “niet naar beneden kijken” wordt “voor je kijken”. Als je jezelf daar wat in traint kun je tijdens je les de aanwijzingen van je instructeur meteen positief herformuleren. Pak eventueel het artikel over artikel over taal en paardrijden er nog eens bij en bedenk zelf standaardzinnetjes.

Blijf je echt last houden van de negatieve aanwijzingen van je instructeur? Spreek dat dan een keer op een vriendelijke manier uit. Negen van de tien instructeurs zijn zich helemaal niet bewust van hun negatieve aanwijzingen. En eerlijk is eerlijk… mij floept het er ook weleens negatief uit 🙂

4 Je kunt of durft niet wat je instructeur vraagt

Je instructeur zegt iets dat je gewoon (nog) niet kunt of durft. Thuis ben je voorzichtig wat begonnen met contragalop: een heel flauw gebogen lijntje, dat werk. Dan vraagt je instructeur je om linksomkeert te rijden en contra door te gaan over de korte zijde. Nog voor je in de hoek bent valt je paard uit galop, omdat het gewoon nog te moeilijk voor jullie is. Of je instructeur vraagt je een lijntje te springen. Je vindt het er eng uitzien, maar probeert het toch. Je paard stopt op het derde steiltje en jij raakt je vertrouwen kwijt.

Oplossing: Ook hier moet de instructeur de verstandigste zijn. Als iets te moeilijk of spannend is voor een combinatie moet hij het simpeler maken. Een mooi (spring)voorbeeld daarvan zie je met de schimmel in dit filmpje (vanaf ca. 1 min.).

Doet jouw instructeur dat niet? Vraag er dan zelf om. Blijf niet eindeloos doormodderen met een contragalop waar je paard keer op keer uitvalt omdat het nog net te moeilijk is. Wacht niet tot je paard op de eerste van het lijntje al gaat staan, dan moet het gewoon makkelijker voor jullie. [Daarmee bedoel ik nadrukkelijk niet dat je nooit de grens van jullie kunnen op moet zoeken! Lees daar meer over in Je paard trainen tussen comfort en paniek.]

Soms weet een instructeur niet dat je iets echt niet kunt (of durft). Als je bijvoorbeeld een vastgezette enkel hebt, kun je daar onmogelijk soepel in zijn. Hoe graag je dat ook zou willen en hoe vaak je instructeur je die aanwijzing ook geeft. Ik weet hoe lastig het kan zijn om zoiets te vertellen tegen je instructeur, maar doe het wel. Alleen zo kan je instructeur er rekening mee houden.

5 Je verlamt door de aanwijzingen van je instructeur

De instructeur zegt iets dat jou helemaal verlamt. De instructeur zegt het goed, je snapt het ook, maar je blokkeert op een of andere manier volledig. Je verstrakt en sluit je af voor alles om je heen. Of je doet helemaal de ‘verkeerde’ dingen. Je doet gewoon raar 😉 en voelt je klunzig tijdens je paardrijles.

Oplossing: Bedenk dat je een waardevol mens bent. Je doet nu misschien raar, maar je bént niet raar. Volg daarna de aanwijzingen van je instructeur zo goed mogelijk op. Lukt dat niet, zeg dan eerlijk dat je blokkeert en dat je even tot jezelf moet komen.

Na je les is het goed om je af te vragen waardoor je zo blokkeerde. Het is zonde dat je les voor een deel verspild wordt door jouw blokkade. Zoiets kan bijvoorbeeld door oud zeer van jezelf komen. Of door een beroerde manier van communiceren van je instructeur. Ik kom daar nog op terug. Maar je kunt ook contact opnemen als je ‘onderzoek’ wilt doen naar jouw reden van blokkeren.

Kortom: Loopt in jouw les de communicatie tussen je instructeur en jou niet zo lekker? Vraag je dan af wat de oorzaak is en hoe je die kunt verhelpen.

© 2018 Albertien ‘t Hoen illustratie: Selma Weber

Lees ook: