Beter paardrijden? Pas op je woorden!

paardrijden roze olifantVandaag krijg ik geen bibberbenen met paardrijden” zegt Sandra tegen zichzelf. Tegen haar paard zegt ze: “Verdorie, hou op met dat geklier.” En Sandra’s instructeur zegt tegen haar: “Let op dat je niet te hard in het zadel landt.”

Allemaal nieten 😉 Zeggen wat je niet wilt, daar zijn veel mensen best goed in. In het dagelijks leven, maar ook bij de paarden.

Dat is jammer. Want zeggen wat je niet wilt, helpt je vaak van de wal in de sloot. Denk maar aan de roze olifant. Als iemand tegen je zegt dat je er niet aan moet denken, spookt er meteen een complete kudde roze olifanten door je hoofd 😉

Kijk NIET naar rode dingen

appel positief paardrijdenKun jij je dat moeilijk voorstellen? Experimenteer hier dan eens mee: Kijk om je heen, maar kijk NIET naar rode dingen. Neem rustig de tijd, je mag alles om je heen zien, behalve de rode dingen. Wedden dat het je nog nooit opgevallen is dat er zoveel rode dingen om je heen zijn?

Zo werkt het met paardendingen ook. Door te zeggen wat je niet wilt, leg je daar de nadruk op. Zo krijgt wat je niet wilt extra aandacht en gebeurt het juist :Sandra krijgt bibberbenen, ze landt hard in het zadel en haar paard kliert geweldig 🙁

Je wilt dus zo weinig mogelijk negatieve zinnen gebruiken. Dat kan best lastig zijn. Vaak weet je wel wat je niet wilt maar niet zo goed wat je wel wilt.

Bedenk wat je wel wilt

Bedenk dus eens je wel wilt. Vind je dat lastig? Begin dan met wat je niet wilt, dan heb je in ieder geval een begin 🙂 Zeg de negatieve zin en buig hem om naar een positieve zin.

Sandra’s instructeur zou tegen haar kunnen zeggen: “Blijf licht landen in het zadel.”

Maak een positieve zin die echt is wat je wilt. Stel dat je vindt dat je niet naar beneden moet kijken op je paard. Wat wil je dan wel? Wil je omhoog kijken, om je heen, recht voor je of juist de wending in? Daar zit nogal een verschil in!

Zorg dat je jezelf  ‘programmeert’ met de juiste positieve zinnen. Om je op weg te helpen geef ik je hier wat voorbeelden. Dan kun je er zelf verder mee en er iets van maken dat helemaal bij jou past.

Ruiter tegen zichzelf

Negatieve selftalk is desastreus. Als je dan toch iets tegen jezelf wilt zeggen kun je het net zo goed positief doen. Wees ook een beetje lief voor jezelf 🙂

  • “Vandaag krijg ik geen bibberbenen” wordt bijvoorbeeld “Vandaag hou ik stevige benen” of “Vandaag blijf ik ontspannen in het zadel“.
  • “Nu opletten dat ie niet weer zo’n stomme taktfout maakt in de middendraf” wordt bijvoorbeeld “Oké, dit is goed, nu mooi deze takt vasthouden” of mee blijven tellen in de takt.
  • “Geen pianohandjes” wordt “handen rechtop”.
  • “Nu niet te snel, anders regent het balken” wordt “Hou dat tempo van het eerste parcours, dan blijven de balken weer liggen”.

Ruiter tegen paard

Sommige ruiters schreeuwen wat af als hun paard iets doet dat ze niet bevalt. Maar of je nou schreeuwt of alleen in gedachten met je paard praat, positief formuleren werkt beter.

  • “Hoe nou eens op met dat geklier” wordt bijvoorbeeld “Gewoon stilstaan jij” of “Even geduld, zo klaar”.
  • “Hoho, niet harder” wordt “Hou dit tempo” of zeg als een soort mantra bijvoorbeeld “re-gel-ma-tig-re-gel-ma-tig”.
  • “Niet zo kijken” wordt “Hier met je aandacht” of “Even opletten, we zijn hier aan het werk” of “Hallo, hier ben ik”.

Experimenteer eens met positieve zinnen en merk het verschil in paardrijden en contact met je paard. Een volgende keer schrijf ik meer over de aanwijzingen die je van je instructeur krijgt. Want helaas daar zit vaak ook heel wat ‘niet’ bij in.

© 2017 Albertien ‘t Hoen

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Lees ook:

1 comment… add one

Leave a Comment

This blog is kept spam free by WP-SpamFree.